Piet MONDRIAAN (1872-1944)


Composition, 1915
Gesigneerd met initialen PM
Olieverf op keramieken bord. Bord met inscriptie op de achterzijde:
Petrus Regout & Co. Maastricht Made in Holland
20.5 cm. diam.

In november 2006 kwam een heel bijzonder kunstwerk op ons pad. Het betrof een door Piet Mondriaan eigenhandig beschilderd bord. Het werk werd rond 1915 op een Regout-bordje geschilderd voor de heer H. van Assendelft, een Goudse verzamelaar die goed bevriend was met Mondriaan.

Van Assendelft heeft de kunstenaar indertijd, waarschijnlijk om hem aan extra inkomsten te helpen, verleid tot het maken van ontwerpen voor ceramiek. Dit uitstapje van Mondriaan naar de toegepaste kunst leidde, in tegenstelling tot andere opdrachten die hij uit geldgebrek soms aanvaardde, niet tot een curiositeit. Het bord sluit naadloos aan bij zijn vrije werk; de schilderijen en tekeningen uit deze periode. De compositie met verticale, horizontale, en een enkele diagonale of halfronde lijn, is trefzeker en op losse wijze met penseel aangebracht. Enkele kleine correcties van de hand van Mondriaan zijn nog zichtbaar. Als beschouwer heb je niet de indruk dat je naar een werk op keramiek kijkt. Het complexe lijnenspel op het snijvlak van figuratie en abstractie is onmiskenbaar kunst en geen kunstnijverheid. Uit de briefwisseling tussen kunstenaar en verzamelaar valt op te maken dat Mondriaan nog een paar bordjes heeft beschilderd, maar dit is voor zover bekend het enige bewaard gebleven exemplaar.

De erven Van Assendelft hebben het kunstwerk in de vroege jaren ’60 van de hand gedaan aan de beroemde Zwitserse kunsthandelaar Ernst Beyeler, waar het een witte omlijsting kreeg. Na een grote Mondriaantentoonstelling in 1964-’65 te Basel, kwam het werk in een Zwitserse particuliere verzameling terecht. Ofschoon we door de oeuvrecatalogus van Joop Joosten en Robert Welsh bekend waren met het bordje, hadden we niet gedacht dat we het op korte termijn, door onze tussenkomst, weer in Nederland zouden mogen verwelkomen.



Lisa Yuskavage


Figure in interior
Vorig jaar, tijdens de Armory Show 2009, opende bij galerie David Zwirner in New York de tentoonstelling Lisa Yuskavage. De 'Premier bad- girl painter of the naughty late 1990s' zoals ze ooit werd genoemd toonde er de productie van de afgelopen twee jaar. Het bleek dat haar werk nog niets aan 'naughtiness' had ingeboet.
Haar schilderijen worden bevolkt door cartooneske vrouwen figuren met grote ogen, rode appelwangen en een wipneus. Ze zijn veelal in een lieflijke of huiselijke omgeving geplaatst omringd door volle bloemen, rijpe vruchten en donzige vogeltjes waardoor een feeërieke sfeer ontstaat. Dat effect wordt nog versterkt door het mierzoete, maar geraffineerde, kleurgebruik waar Yuskavage veel aandacht aan besteed. Hun overdreven ronde vrouwelijke vormen zorgen, hoe onschuldig ze soms ook poseren, voor een wellustige uitstraling. Soms echter zijn de vrouwen in duidelijk seksuele handelingen verwikkeld. Haar omstreden onderwerpen balanceren dan op het grensvlak van pornografie en meisjeskamerromantiek.
Daardoor wordt zij enerzijds geprezen om haar commentaar op de wijze waarop mannen naar vrouwen kijken en anderzijds beschuldigd van het maken van edelkitsch. Toch beschouwd ze zichzelf niet als een politiek of feministisch kunstenares.
Het schilderij Figure in interior dat Bergman & Van Laake samen met een cliënt kocht in deze tentoonstelling had de meest expliciete voorstelling.
Een jong meisje zit naakt, op een paar gestreepte kniekousen en een tot op haar middel opgerold rokje na, schrijlings op haar knieën over een rond kussen in een keurig interieur met vloerkleden en kamerplanten. Haar ontblote onderlijf heeft ze brutaal vooruitgestoken. Het lijkt alsof ze op het punt staat op het kussen te urineren. Bovendien is haar gezicht besmeurd met een witte substantie. Een spoor op de grond geeft aan vanuit welke richting, waarschijnlijk een taart, is gegooid. Een duidelijke aanwijzing voor deze actie wordt niet gegeven. Toch lijkt het haar niet te deren want een schalks, bijna trots, lachje breekt van onder het witte masker door. Alsof de toevoeging van slagroom haar nog mooier en sexier heeft gemaakt. Het hoort onmiskenbaar bij het 'kinky' spelletje waar ze mee bezig is. Een speciale vorm van fetisjisme die zich doorgaans binnen vier muren afspeelt en waarvan de bizarre spelregels slechts bekend zijn bij de deelnemende partijen en enkele ingewijden. Niet een alledaagse bezigheid voor de doorsnee mens.
Yuskavage plaatst de kijker hiermee in een vreemde, ongemakkelijke situatie. Hij wordt deelgenoot van een schouwspel waar hij, misschien, liever geen getuige van is. En dat maakt het kijken naar dit werk enigszins ongemakkelijk. Het is tevens een ontwapenend, kwetsbaar en zelfverzekerd onderwerp waarbij ook agressie en provocatie een rol spelen. Echt shockerend is de voorstelling niet, daarvoor is het afgebeelde meisje toch te vrolijk, het interieur te netjes, het licht te zacht en de kleuren te mooi.
Die combinatie maakt het tot een fascinerend tafereel. Als het een stapje verder richting porno of sm gebracht zou worden dan werd het een onaantrekkelijk en 'ranzig' schilderij.
Je zou kunnen zeggen dat de vraag die Yuskavage zichzelf en de beschouwer stelt is: 'hoe ver kan je in je werk de grenzen van het banale opzoeken en blijft het toch een goed schilderij?' Blijkbaar een heel eind. Daarin schuilt de spanning van haar schilderijen. Duidelijk is dat ze verder kan gaan dan menig andere kunstenaar, niet in de laatste plaats door haar fenomenale schildertechniek.

Wolfgang Tillmans (b.1968)


Installation with 24 Faltenwurfs (ca. 1992-2007)
Each: 40.6 x 30.5cm. / 30.5 x 40.6cm.
framed c-prints
We hebben allebei een boek in onze kast staan met persoonlijke opdracht, gesigneerd en gedateerd: 'Wolfgang Tillmans, Haarlem, 30-8-2003'. Tillmans grote tentoonstelling in de Hallen in Haarlem was onze eerste echt serieuze kennismaking met zijn werk. Het was natuurlijk niet de eerste keer dat we van hem hoorden: Tillmans won in 2000 de prestigieuze Britse Turner Prize, maar we hadden nog niet eerder een grote solo van hem gezien. Als er iets opvalt aan het oeuvre van Tillmans is dat hij zich weigert te laten indelen. Schijnbaar moeiteloos bestrijkt hij met zijn lens een breed spectrum aan thema's; portretfotografie, landschapsfotografie, stillevens en abstractie. Pas bij het nauwkeurig bestuderen van zijn oeuvre vallen puzzelstukjes ineen en voel je de coherente hand van de meester in iedere foto aanwezig.
Behalve een onvermoeibare interesse in het leven in al zijn verschijningsvormen en een meestersoog voor details die de gewone beschouwer misschien zou ontgaan, is Tillmans' manier van presenteren ook zeer eigen en origineel. In zijn tentoonstellingen hangen alle werken door elkaar, gelijst en ongelijst, grote en kleine formaten, kleur en zwart-wit. In de recente en nog relatief jonge kunstgeschiedenis van de fotografie is deze vorm van presentatie een novum. Bij het inrichten besteed hij dagen aan de 'compositie' ervan, ongeacht of het een galeriepresentatie betreft of een grote museumshow. Het eindresultaat is eigenlijk iedere keer weer een grote allesomvattende foto. Zo ook ons kunstwerk van de maand: een installatie van vierentwintig zogenaamde Faltenwurfs.
Faltenwurfs is een steeds terugkerend onderwerp in het oeuvre van Tillmans. Kleding is schijnbaar achteloos in een hoek geworpen, over een trapleuning gehangen of subtiel gefotografeerd terwijl net nog een stukje mens zichtbaar is. Dit laatste is eerder uitzondering dan regel, want menselijke aanwezigheid is steeds voelbaar in deze foto's, maar meestal niet direct zichtbaar.
Letterlijk vertaald betekent Faltenwurf 'draperie' of 'versiering', termen die in de kunstgeschiedenis veelvuldig worden gebruikt, hoofdzakelijk met betrekking tot oude meesters. Meestal om de kwaliteit van de maker te prijzen of als methode om werken te dateren. Door deze conventionele term te gebruiken geeft Tillmans aan dat hij zich als moderne fotograaf in een eeuwenoude traditie plaatst.

EDVARD MUNCH (1863-1944)


Sommernacht am Strand (ca. 1902)
Olieverf op doek
103.5 x 120.3cm.
gesigneerd linksonder ’E. Munch’

2007 was wederom een succesvol jaar voor Bergman & Van Laake, niet in de laatste plaats door onze bescheiden adviesrol bij de verkoop van Sommernacht am Strand. Vooropgesteld dient te worden, zoals dat vaak gaat met importante kunstwerken, dat wij slechts een schakel zijn geweest in het vinden van een nieuw onderkomen voor dit meesterwerk. Verreweg het belangrijkste werk, de juridische verkrijging van dit schilderij dat aangemerkt was als oorlogskunst en de onderhandse wederverkoop, is door andere partijen verricht. Wij zijn slechts op enig moment postiljon d’amour tussen partijen geweest. Toch vervult die bijdrage ons met trots; Sommernacht am Strand is immers een prachtig schilderij van een belangrijk kunstenaar.

De term oorlogskunst betreft meestal kunst of kunstvoorwerpen van Joodse families die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder dwang werken hebben moeten afstaan aan de nazi-bezetter. Dit kan variëren van pure roof tot het ’vrijwillig’ verkopen of doneren van goederen in de hoop op lijfsbehoud. Sinds jaren worden er wereldwijd rechtszaken aangespannen om indertijd gestolen kunstwerken bij de rechtmatige eigenaar te laten terugkeren. Recentelijk is het politieke tij gekeerd ten faveure van claimende partijen. 2006 was het jaar van de teruggave van beroemde Klimts en Schieles aan de Altmann familie door de Oostenrijkse staat. Deze schilderijen zijn voor het oog van de wereldpers voor recordbedragen geveild in New York. In het kielzog van dit proces is een jaar later ook Sommernacht am Strand van Edvard Munch gerestitueerd aan de erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar; Alma Mahler-Werfel. Het schilderij hing van 1940 tot 2007 in het Belvedere Museum in Wenen.

Vanaf 1889 huurde Munch een huisje met atelier aan de kust van het Oslo-fjord bij Ârstrand. Hij zou er regelmatig terugkeren en hier is vermoedelijk in de het voorjaar van 1902 Sommernacht am Strand ontstaan. De maan en haar reflectie zijn zeer gewaagd pal in het midden van het doek geplaatst. Daar is ook het schitterende diepblauwe pigment het meest geconcentreerd. Naarmate de zee de randen van het canvas bereikt is de verf dunner aangebracht teneinde de kijker te laten focussen op de dramatische weerkaatsing van de maan, een motief dat Edvard Munch veelvuldig zou toepassen, al dan niet met een menselijke figuur of bomenpartij. Belangrijk onderdeel van Munch’s beeldtaal is de organische stilering zoals hier toegepast in de rotsblokken op het strand en de groene voorgrond. Door deze afgeronde vormen worden aarde en water één. Wanneer je dit element afzet tegen een strakke heldere nachthemel, ontstaat een enorm gevoel van verstilling. Zo wordt het geschilderde landschap voor de symbolist Munch een ruimte waarin hij zijn emoties en stemmingen kan weergeven. Hij toont zich in Sommernacht am Strand een waardig exponent van de Noord-Europese Romantische schilderstraditie, zoals begonnen door Joseph Mallord William Turner en Caspar David Friedrich.